In 4 stappen naar een hoger energielabel

Je ziet vaak door de bomen het bos niet meer. Je krijgt tegenstrijdige adviezen over hoe je pand te verduurzamen. Iedereen doet het anders of heeft een nog beter idee.

Hoe ga je deze verduurzaming te lijf, wat zijn de obstakels en hoe ontwijken we die?
In onderstaand stappenplan nemen we jullie mee.

Stap 1 Inventarisatie

Allereerst de vragen die gesteld moeten worden.
Wat is de toekomst van mijn vastgoed; behoud, sloop of verkoop? Blijf ik er de komende jaren gebruik van maken en zo ja, blijft de doelgroep gelijk of verandert deze? Als deze verandert, wil en kan het object dan mee veranderen?

De antwoorden geven een goed beeld van de toekomst van het pand. Dit voorkomt dat er desinvesteringen worden gedaan die relatief eenvoudig voorkomen hadden kunnen worden.

Stap 2 Inspectie

De bouwkundige schil en de installaties moeten een nulmeting ondergaan. De nulmeting levert een goed beeld van de conditie van het gebouw. Ook geeft het inzicht in waar op korte termijn de investeringskosten te verwachten zijn en welke vervangingen er in welk jaar op de planning staan.

Deze inspectie zal samen met de inventarisatie vertaald moeten worden naar een duurzaam meerjarenonderhoudsplan.

Stap 3 Label

Tijdens de inspectiefase kan gelijktijdig een label onderzoek plaatsvinden. Dit geeft eveneens een beeld van de mogelijkheden om het gebouw te verduurzamen.

Stap 4 Duurzaam meerjarenonderhoudsplan

Het verduurzamen van vastgoed heeft de naam dat het duur is. Wanneer je kijkt naar natuurlijke vervangingsmomenten van bijvoorbeeld de dakbedekking en de installaties, behoeven er geen desinvesteringen te worden gedaan. Wanneer je de dakbedekking gaat vervangen en je verhoogt de isolatiewaarde hiervan, dan kan de energieopwekking kleiner worden gekozen. Hetzelfde geldt uiteraard voor het verbeteren van de schil.

Pompen vervangen voor energiezuinige varianten op natuurlijke vervangingsmomenten is geen aanvullende investering. Overstappen naar lage temperatuur verwarming kan gefaseerd plaatsvinden op het moment dat een huurder vertrekt, en er voor de nieuwe huurder een upgrade van gebouw en installaties wordt uitgevoerd. De kosten van deze upgrade kunnen worden verdisconteerd in de huur.